De kerstimpuls van 1923
09 juli, 2026

Wanneer Rudolf Steiner in 1924 herhaaldelijk de Kerstbijeenkomst van 1923 in herinnering roept, dan spreekt hij consequent over de bijeenkomst (de Weihnachtstagung). Dat riep bij Pim Blomaard de vraag op: waarom spreekt hij niet van de grondsteen(legging) maar steeds van de conferentie? Hieronder werkt hij zijn bijdrage uit die hij over dit thema tijdens de jaarvergadering van maart '26 hield.
Een organisch geheel?
In de 20e eeuw ging het in onze vereniging vaak over de grondsteen als fundament van onze vereniging. Onze grondsteenconferentie stelt elk jaar weer de grondsteenspreuk centraal. Kan het zijn dat deze terechte focus toch ook iets onbelicht laat? In het leven met deze vraag ontstond in mij tijdens de 100-jaars viering in 2023 het beeld van een zevenvoudig organisme. Dat beschrijf ik hier als een gezichtspunt dat kan helpen onze blik te verruimen.
Karma
In plaats van te beginnen bij de grondsteenlegging wil ik beginnen bij Rudolf Steiner. Hij was het die in 1923 overwoog zich terug te trekken uit de uiteenvallende vereniging. Met name Ita Wegman wist hem met haar existentiële vragen en onvoorwaardelijke steun aan te sporen de stap vooruit te zetten. Dit was een karmische situatie voor de vereniging en was tegelijk hún karma. Rudolf Steiner laat in zijn negen avondvoordrachten tijdens de Kerstbijeenkomst zien hoe zijn (en hun) persoonlijk karma verbonden is met de cultuurgeschiedenis. Hij spreekt – impliciet maar concreet – over hun vorige incarnaties, karmische lijnen en missie. Daaruit komt vervolgens de stroom van karmavoordrachten voort waarvan hij er slechts zeventig in 1924 kon houden.
De Kerstbijeenkomst is ondenkbaar zonder het aanknopen bij en het vernieuwen van karmische realiteit. Hij wordt zelf voorzitter van de nieuwe vereniging en neemt het risico dat zijn onderzoekswerk ernstig geschaad wordt. Hij doet een onwrikbare belofte aan de geestelijke wereld en zet daardoor vermoedelijk zijn leven op het spel. Hij neemt de onmetelijke last op zich om alles wat actieve leden van de Michaëlschool op aarde doen, te moeten verantwoorden voor de geestelijke machten die hij dient. Dat wil zeggen: al te persoonlijke ambities van leden breken hem af. Het bracht hem 'huiveringwekkende tegenslagen'. Steiners karmisch wilsbesluit wil ik in dit artikel in het centrum van de Kerstbijeenkomst plaatsen; zonder zijn offer was er geen Kerstbijeenkomst.
De Grondsteen
Als het eerste element van de Kerstbijeenkomst zie ik de grondsteenlegging op kerstochtend. Je kunt het nog beter een grondsteen-schepping noemen. Want de grondsteen ontstaat – zo mag je de woorden van Steiner wel duiden – op dat moment uit de krachten van de triniteit: uit de liefde, de vormkracht en het denklicht. De bovenzinnelijke grondsteen bestaat uit liefde, is imaginatief gevormd en straalt gedachtenlicht uit. Maar dat hij ontstaat is mogelijk dankzij de mens-kracht van Rudolf Steiner. Als voorzitter van de vereniging (en als rector van de Hogeschool en als directeur van het vastgoed) wordt hij de bemiddelaar tussen de geestelijke wezens die de antroposofie bovenzinnelijk dragen en de mensen die in de nieuwe vereniging de antroposofie op aarde willen realiseren.
Beweging en vereniging worden in hem één en zullen door hem heen verder één moeten worden. En om die eenwording te realiseren, schept Rudolf Steiner een bouwsel, een weefsel, een vormsel, een gestalte. Hij doet dat uit zijn eigen liefdekracht, uit zijn eigen vormkracht en uit zijn eigen denklicht. En hoe komt dit Liebesgebilde, deze Gestalte uit liefde, in je eigen hart en ziel terecht? Je kunt misschien zeggen dat je vanuit je etherische hart een gemeenschappelijke harte-ruimte opent en binnengaat. De grondsteen is een sociale en geen persoonlijke aangelegenheid. Het licht van de grondsteenspreuk helpt je om naar deze geestelijke ethersfeer, als naar een bovenzinnelijke tempel, toe te bewegen.
De Michaëlschool
Als deze geestelijke schepping op grond van Steiners wilsbesluit het eerste element mag heten, dan zou ik binnen het zevenvoudig organisme de oprichting van de Michaëlschool het laatste (zevende) element willen noemen. Want de Michaëlschool, de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap, is te zien als een esoterische school met een bovenzinnelijke tempel, waar de geestelijke wezens die Antroposofia dragen, samenwerken met de mensen die toetreden tot deze school en die de grote uitdaging van onze tijd aangaan. Die uitdaging is om wakker aan de drempel te staan en zelfbewust over de drempel heen en weer te gaan in het aangezicht van de Wachter die jou in naam van Michael begeleiden wil. Deze Michaëlschool werd mogelijk doordat Rudolf Steiner met de grondsteen een nieuw gemeenschapswezen in het leven riep en als ‘rector’ nieuwe mysteriewegen mocht ontsluiten en mysteriestromingen mocht samenbrengen. Misschien mag je dan ook zeggen: de grondsteen draagt de Michaëlschool en de Michaëlschool vervult de grondsteen.
Statuten en grondhouding
De grondsteenschepping als eerste en de Michaëlschool als zevende element van het organische geheel van de Kerstbijeenkomst zijn beide verbonden met de geestelijke wereld. Het tweede en zesde element raken, in mijn beschouwingswijze, met name het leven van de ziel. Want de statuten – als het tweede onderdeel – benoemen als hoofdtaak van de nieuwe vereniging het verzorgen van het zielenleven naast het bevorderen van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Deze oorspronkelijke statuten uit 1923 beschrijven de onderlinge verhoudingen binnen de vereniging en tussen de vereniging en de samenleving en zij benoemen de mensen die daarin leidend zijn. Ze zijn de beschrijving en de vertelling van wat Rudolf Steiner zelf, samen met zijn bestuur, wil. De statuten zijn wilsverklaringen. In die zin is het denkbaar dat Steiner na zeven jaar de statuten had willen veranderen. Het is dan ook een vraag of we, bij de huidige inzet om volgend jaar tot een passende herinrichting van de mondiale vereniging te komen, niet juist rekening moeten houden met de concrete karmische wil van degenen die nu verantwoordelijkheid dragen.
Concreetheid
Terwijl de schepping van de grondsteen en de inauguratie van de esoterische school zich primair tot het gebied van de geest richten, en terwijl de vormgevende statuten en de cultuurvernieuwende brieven zich meer tot het zielenleven van de verenigingsleden richten, komt tijdens de Kerstbijeenkomst ook de concrete fysieke realiteit aan bod. Rudolf Steiner spreekt bij voorbeeld over het nieuw te bouwen (tweede) Goetheanum dat voor hem hoge prioriteit heeft. Want in dit materiële gebouw kan de antroposofie in aardse vorm verschijnen. Antroposofie wil doorwerken tot in alle concreetheid en haar wezen wil midden in de wereld tot verschijning komen. Zo worden er heel feitelijk nieuwe lidmaatschapskaarten ontworpen en gedrukt: de roze en de blauwe met verschillende logo’s. Steiner ondertekent hoogstpersoonlijk 12.000 nieuwe lidmaatschapskaarten. Het Goetheanum staat hier als het derde element symbool voor alle vormen van materiële realisatie en concrete actie waarin liefde, imaginatie en licht eendrachtig willen verschijnen. 3
Die realisatie vindt met name ook plaats in kunstzinnige verschijningsvormen. Met Pasen 1924 verschijnt de grondsteenspreuk in een euritmische uitvoering. Daarvan zegt Steiner dat dit een tweede ontwikkelingsstap is van de levende grondsteen die wacht op verdere ontwikkelingsstappen. De concrete manifestatie van antroposofie in de samenleving vereist doorgaande ontwikkeling van haar geestelijke vernieuwingsvormen: van de grondsteen en van de Michaëlschool.
Tenslotte kun je als vijfde element van het zevenvoudig geheel wijzen op de zogeheten secties, de faculteiten van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Wie vanuit zijn geestelijke ontwikkeling binnen deze school praktisch gaat samenwerken met anderen om een vakgebied verder te brengen, die richt zich op de noden van mens en aarde. Steiner sluit de Kerstbijeenkomst af met de hartenwens om de hedendaagse samenleving te vernieuwen, om in economie, recht en cultuur geestkracht en spiritueel perspectief te brengen. Omdat het leed van de mensen ontegenzeggelijk zal toenemen als het materialisme blijft voortwoekeren. Niet door antroposofie te verkondigen, maar door antroposofie te doen, en er concreet mee te werken: in de gezondheidszorg, in het onderwijs, in de landbouw enzovoort. En hij wijst de mensen aan die dat mét hem, en ook dánkzij hem, kunnen realiseren. Binnen ieder vakgebied kan een groep van vakmensen ontstaan die hun beroepsuitoefening met geestkracht doordringen. De vaksecties zijn er voor concrete verbeteracties; meditatie is hier een middel, geen doel op zich. Ook hiervoor komt in 1924 een sterke stroom op gang: de landbouw krijgt een vruchtbare basis, de gehandicaptenzorg krijgt nieuw behandelperspectief; allerlei vakmensen (van priesters tot acteurs) krijgen nadere aanwijzingen hoe te professionaliseren.
Nu verder
Zo verschijnt een zevenvoudig beeld van de Kerstbijeenkomst. In het midden staat de karmische realiteit van het offer van Rudolf Steiner. Hij kan daardoor de leden stimuleren om zelf concreet hun eigen (en ook onderlinge) karmische situaties te gaan begrijpen, aanvaarden en vernieuwen. Aan de twee uiteinden van de zevenheid komen de meest geestelijke impulsen, de grondsteen als het eerste en de esoterische inwijdingsweg als het zevende element. Dan volgen twee impulsen voor de ziel met als doel om de onderlinge verhoudingen te verzorgen zowel wat de vorm (statuten) als wat de omgang (brieven) betreft. En tenslotte zijn er twee impulsen om antroposofie concreet zichtbaar en werkzaam te maken in de aardse realiteit en in de geestgedragen professionaliteit.
Kijken we naar de huidige situatie in Nederland dan zien we hoe de zeven elementen ook werkrichtingen zijn geworden.
- Met de jaarlijkse grondsteenconferenties en met het mediteren van de grondsteenspreuk werken velen aan het fundament. En in 25 steden houden lectoren en hoge schoolleden maandelijks en dagelijks de mantra’s van de Michaëlschool levend.
- Met de huidige inspanningen om de mondiale vereniging opnieuw vorm te geven, komen ook bij ons statutenwijzi gingen in beeld. En met de inzet op dialoog binnen en bui ten de vereniging werken we aan een open cultuur waarin ook nieuwe leden goed kunnen ademen en landen.-
- Met het realiseren van nieuwe huisvesting, werkvormen, geldstromen en communicatiemiddelen, streven we naar ervaarbare kwaliteit van onze Antroposofische Vereniging. Dankzij spirituele vakontwikkeling zien we – bijvoorbeeld in het onderwijs en in de zorg – jonge professionals aansluiting bij de antroposofie vinden.
Om het bovenstaande toegankelijker te maken zocht ik een figuur. Ik kwam op een gestalte met beide armen in een gebaar omhoog, als twee vleugels met een verticaal in het midden die boven en onder, links en rechts en voor en achter verbindt.
1 Zie ook mijn desbetreffende artikel in Motief, nummer 265 september 2022.
2 Zie www.steinervertalingen.nl, onder de titel: De antroposofische beweging II. Toekomstimpulsen (GA 260, 260a).
3 Zo kun je de geschreven of gesproken tekst van de grondsteenspreuk als een materialisatie van de grondsteen zien, en de blauwe kaart van hoge schoolleden of de tekst van de mantra’s van de Esoterische Cyclus als een materialisatie van de Michaelschool
Tekst: Pim Blomaard
Beeld: Pieter van der Ree
Dit artikel verscheen in Motief 304 van juli/augustus 2026.
