default-header Onderwijs is mensenwerk - meesterschap in een gedigitaliseerde wereld - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland

Onderwijs is mensenwerk - meesterschap in een gedigitaliseerde wereld

03 september, 2026

Onderwijs is mensenwerk

 

In het Zwitserse Dornach staat de Mensheidsrepresentant: een negen meter hoog beeld, uit hout gesneden door Rudolf Steiner en de beeldhouwster Edith Maryon. Een mens in het midden, geflankeerd door twee krachten. Lucifer probeert de mens naar boven te trekken, het ideaal in, weg van de aarde. Ahriman pro beert de mens naar beneden te trekken, het verstarrende in, weg van wat ademt. Beide krachten zijn er – ook in het onderwijs.

Tekst: Wouter Modderkolk en Jan Jaap Hubeek
Beeld: Wouter Modderkolk

Kennis lijkt onbelangrijk geworden. De weg ergens kennen, een gedicht uit je hoofd weten, een boom kunnen benoemen, de stand van de planeten begrijpen: het lijkt overbodig met je telefoon in je broekzak. Wat je niet weet, vraag je. Wat je niet kunt, kijk je af. Wat je niet hebt meegemaakt, simuleer je. En toch wisten we eens beter. In de Phaedrus laat Plato Socrates een vertrouwde waarschuwing uitspreken: het schrift geeft de schijn van wijsheid zonder de wijsheid zelf, omdat het niet door de lezer heen hoeft te gaan. Dat geldt eens te meer voor de prompt. Echte kennis vraagt dat een mens zich met denken, voelen en willen samen tot iets verhoudt. Pas dan ontstaat wat doorleefd is; pas dan ruik je de wereld zelf, in plaats van haar beschrijving te lezen. Daar verschijnt het meesterschap: in de werkelijke verbinding tussen leraar, kind en wat er wordt onder wezen. Het ware, het goede en het schone vragen om iemand die zelf erin staat.

Twee verleidingen
De Mensheidsrepresentant toont waarom dit zo lastig is. De mens in het midden moet zich verhouden tot twee krachten die hem allebei van zijn plek willen wegtrekken. Lucifer verleidt met de droom van bevrijding. In het onderwijs herkennen we hem in de gedachte dat het kind eigenlijk geen leraar meer nodig heeft. Het beschikt over een telefoon vol kennisbronnen, bevraagt AI, kiest een eigen leerroute en tempo. De leraar maakt plaats achter de schermen, hooguit als coach, of wordt afgeschaft. Een bevrijding waarin elk kind zijn eigen wereld optimaliseert, ver van de wrijving die ontwikkeling vraagt. Ahriman verleidt met het tegenovergestelde. In zijn rijk worden kinderen niet bevrijd maar volledig gekend. Dashboards die in kleuren tonen of een kind op koers ligt. Voorspellende analyses die uitval signaleren voor ze optreedt. Onzekerheid wordt behandeld als fout, en het hele kind verdwijnt achter zijn metrics. Beide krachten verlossen ons van de last van het meesterschap, en leveren het kind uit: aan de algoritmische werkelijkheid van zijn eigen voorkeuren, of aan die van zijn voorspelde traject.

Wat doet de leraar dan, in het midden? Iets dat noch het algorit me noch de zoekmachine kan. Max van Manen vatte het in een treffende formulering: weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen. Een ‘kennis’ die in de vingers zit, in de blik, in de stil te voor het antwoord; die door iemand heen is gegaan, gedragen door denken, voelen en willen samen. Wie zo onderwijst, deelt niet alleen wat hij weet, maar ook wat hij is geworden.

Klaus Prange brengt het kernachtig onder woorden: onderwijzen is in wezen een vorm van wijzen. De leraar wijst de leerling iets aan, en doet daarmee een appel aan de leerling om de aandacht te richten. Precies in dat wijzen verschijnt het meesterschap. Want je kunt alleen wijzen als je zelf erdoor bent geraakt – wat Gert Biesta omschrijft als door kunst onderwezen willen worden: je laten aan spreken door iets dat groter is dan jij, voor je het kunt doorgeven.

Daarvoor is nog iets nodig dat niet vanzelfsprekend is: het kind erkennen als eigenstandig subject, niet als datapunt of object van een leertraject. Janusz Korczak heeft dat het scherpst ver woord. In zijn weeshuis in Warschau ontwikkelde hij wat hij de wet van het respect noemde: ‘ik ben ik en jij bent jij, we mogen er allebei zijn en niet de een ten koste van de ander’. Het kind was geen onaf project, geen optimaliseerbare entiteit, maar een mens met eigen rechten en vragen. Korczak hield decennia lang nauwkeurige observaties bij, en tóch bleef elk kind een ‘onbekende grootheid’. Álle data verzamelen en het mysterie erkennen – dat is precies wat dashboards ons doen vergeten. De leraar was geen bron van alle kennis, maar stond met zijn biografie naast het kind. Een getuige die de wereld al een tijdje meedraagt en haar aanbiedt aan wie haar nog moet leren ken nen. Geen algoritme kan dat: het heeft niet gelezen tot diep in de nacht, niet gezweet op een vraag waarnaar het zelf zocht, niet de stilte gekend voor iets gaat klikken. De leraar wel.

Deze vraag staat centraal in Hubeeks nieuwe boek Mens blijven tussen systemen: hoe houden we het kind zichtbaar als subject in een onderwijs dat meent hem steeds nauwkeuriger te kennen? Het antwoord ligt niet in meer óf minder techniek, maar in de pedagogische houding van de leraar. Daar verschijnt ook de peda gogische opdracht: hoe onderwijs kan bijdragen aan de ontwikke ling van het kind tot een vrij mens, in verbinding met de ander én het andere.

Waar het gebeurt
Dit meesterschap zien we op tal van plaatsen in het Nederland se onderwijs, ook al staat het overal onder druk. Op vrijescholen herkennen we het in de klassenleraar die jarenlang een groep draagt, de stof doorleeft voor hij die vertelt, en het ritme van het jaar serieus neemt als pedagogische tijd. De seizoenstafel is geen versiering, maar maakt de wereld present in haar ritme.

Dit meesterschap is ook te zien waar het bijna onmogelijk lijkt. In de documentaire House of Hope van Marjolein Busstra zien we hoe Manar en Milad op de bezette Westelijke Jordaanoever een vrijeschool dragen voor Palestijnse kinderen. Een dagelijkse oefening in geweldloos verzet en traumaheling. Leraren die hun klas, tussen checkpoints en sirenes door, leren spreken, zingen, en oefenen wie ze willen worden. Zonder dashboard. Met hun eigen biografie. Juist op de plek waar dat onmogelijk lijkt.

Het zit ook in de wiskundeleraar die zijn tiende-klas het veld in neemt om land te meten, zodat formules gereedschap worden voor de werkelijkheid. In de mbo-leraar die zelf ook meubelma ker is en zijn vak voorleeft. In de schoolleider die de doorstroom toets weegt op wat hij of zij ervoor over heeft, en niet anders om. Overal waar leraren en schoolleiders de moed hebben in het midden te blijven staan, voltrekt zich dit meesterschap.

De lemniscaat: meesterschap als oefening
Dit meesterschap is geen verworvenheid maar een oefening, zonder eindpunt. Daarvoor gebruiken wij het beeld van de lem niscaat, door Aziza Mayo en Wouter Modderkolk uitgewerkt tot een instrument voor de pedagogische praktijk. Dat oude eeuwigheidsteken herinnert eraan dat elke betekenisvolle praktijk een cyclisch proces is. Wat je doet beweegt voortdurend tussen drie momenten: wat je belangrijk vindt (intentie), hoe je dat vorm geeft (ontwerp) en wat je daadwerkelijk doet (handelen). En dan, omdat de lemniscaat geen einde heeft, terug naar de intentie. Telkens de vraag: klopt wat ik doe, en hoe ik het heb ingericht, nog met wat ik belangrijk vind? Geen handboek beschrijft het, geen systeem vervangt het. Het is een dagelijkse beweging tus sen wat je ten diepste belangrijk vindt en wat je in de klas, met deze leerling, daadwerkelijk doet. Een leraar die deze beweging blijft maken, ís de leraar in het midden. Hij of zij houdt bei de krachten in evenwicht, niet door die af te wijzen maar door die samen te brengen. En van daaruit wijst hij of zij het kind de wereld aan, zoals iemand dat doet die zelf de geur ervan kent.

Daar, en alleen daar, kan een mens – leerling én leraar – zichzelf en de wereld werkelijk leren kennen. De mens in het midden, zoals het beeld in Dornach ons al toonde.

Berding, J. (2018). Ik ben ook een mens: Opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt. SWP.

Berding, J. (2020, 11 mei). Over Korczak, Thijssen en geduld: ‘Adresseer de haast, zoek de vertraging in plaats van de versnelling’ [Interview door G. Bors]. NIVOZ, nivoz.nl.

Biesta, G. (2017). Door kunst onderwezen willen worden: Kunsteducatie ‘na’ Joseph Beuys. ArtEZ Press. Biesta, G. (2023). De school als vrijplaats: Over geïnspireerd goed onderwijs. Verus.

Busstra, M. (Regisseur). (2025). House of Hope [Documentaire]. Omroep Zwart; 100% Film.

Hubeek, J. J. (2026). Mens blijven tussen systemen: Een pleidooi voor menswaardig onderwijs in het AI-tijdperk. Telos Uitgevers.

Mayo, A., Hubeek, J. J., & Modderkolk, W. (2024, 7 oktober). Doe je wat je belang rijk vindt: De lemniscaat als instrument om te werken aan congruentie tussen intentie, ontwerp en handelen in de onderwijspraktijk. NIVOZ, nivoz.nl

Plato. (2016). Phaedrus (X. de Win, Vert.). DNB/Pelckmans. (Oorspronkelijk werk ca. 370 v.Chr.)

Steiner, R. (1919/ 2026). Grondslagen voor een nieuwe pedagogie (eerder: Alge mene menskunde als basis voor de pedagogie). SteinerVertalingen.

Van Manen, M. (2017). Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen: Peda gogische sensitiviteit in de omgang met kinderen. NIVOZ, nivoz.nl

 

Dit artikel verscheen in Motief 305 van september 2026

Bekijk ook

Lievegoed_-_bijgesneden Onderwijs is mensenwerk - meesterschap in een gedigitaliseerde wereld - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Lievegoed zal veerkracht moeten tonen
220px-Ita_Wegman_1899 Onderwijs is mensenwerk - meesterschap in een gedigitaliseerde wereld - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Rehabilitatie van Elisabeth Vreede en Ita Wegman
Goetheanum Onderwijs is mensenwerk - meesterschap in een gedigitaliseerde wereld - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Vereniging: bevragen en bewegen?