Van agro-industrie naar landbouwkunst
06 februari, 2026

Ruim 100 mensen doen mee aan een van de tien leesgroepen die vorige winter zijn gestart om samen op het boek Van agro-industrie naar landbouwkunst te studeren. Manfred Klett was bijna 90 jaar toen hij dit bijzondere boek – een levenswerk – voltooide. Het boek gaat over de essentie van de biodynamische landbouw. Op 7 maart volgt hierover de conferentie Landbouwkunst.
Tekst: Tineke van den Berg en Ellen Winkel
Beeld: Tineke van den Berg en Jelmer de Bock
Manfrett Klett heeft in 1968 samen met een groep vrienden de landbouwgemeenschap Dottenfelderhof opgericht bij Frankfurt, die zich heeft ontwikkeld tot een zeer divers biodynamisch bedrijf, met een winkel, een school en ruimte voor onderzoek. Gedurende veertien jaar was hij leider van de Landbouwsectie in Dornach. Zijn rijke ervaring verwerkte hij in zijn boek.
Boer Tineke van den Berg nam het initiatief voor een Nederlandse vertaling, die in 2024 verscheen, bij de viering van 100 jaar biodynamische landbouw. Maar er was nog een tweede vertaalslag nodig, vond ze: “Van de boekenkast naar de hoofden, handen en harten van de Nederlandse en Vlaamse boeren.” Haar idee om leesgroepen te starten werd ondersteund door de Landbouwsectie, de Biodynamische Vereniging en Stichting Demeter en zo lukte het om tien groepen samen te stellen, die ieder op een eigen manier met de inhoud van het boek aan de slag zijn gegaan. Zelf neemt Tineke ook deel aan een leesgroep. Hieronder geeft ze een impressie van de bijeenkomst op 17 november 2025, bij haar op de Stadsboerderij in Almere.
Inleven in het eikenschorspreparaat
Op ons programma voor deze avond staat het eikenschorspreparaat, een van de zes preparaten die Rudolf Steiner heeft aanbevolen om toe te voegen aan de composthoop. We beginnen met buiten in het donker, bij enig maanlicht, de eik op het erf te bekijken. Een eik op de klei, circa 50 jaar oud, met een stamomvang van ruim tweeëneenhalve meter. De boom oogt majestueus voor zijn leeftijd. De eikenbladvormige, asymmetrische kruin drie keer hoger dan de stam. Grillig van bast tot bladvorm. Alleen de vrucht zo gaaf-glad. Een bosuilenkast midden in de kruin en daar nog weer boven een eksternest. In en rond de eik wemelt het altijd van leven, zowel van insecten (rupsen, nachtvlinders, sluip- en galwespen) en spinnen, als zang- en roofvogels, veld- en bosmuisjes. De eikenboom vergaart en herbergt een enorme levendigheid om zich heen.
Na het bezoek aan de eik komen we binnen bijeen, rond de keukentafel. Ieder heeft zich van tevoren meer of minder verdiept in het onderwerp en de tekst erover in het Klett-boek gelezen. Veertien pagina’s over het eikenschorspreparaat. Wat mooi ervaarbaar wordt, is hoe door onze voorbereidingen en bijdragen een binnenruimte ontstaat, waarin deze lastige materie neergelegd kan worden. Het wordt zelfs ook een fysieke binnenruimte, met op de tafel tussen ons - naast de thee en koek - een koeienschedel. Ook liggen er kiemende eikels, een jonge eik, een herfsttak met laatste bladeren, eik-afbeeldingen en zelfs eik-beschrijvingen.
Zoals van Jac. P. Thijsse: “Wie een goed oog voor kleuren heeft, moet wel veel genoegen hebben in het prachtig brons-bruin van de knopschubben van de eik, in het glanzig zilvergrijs van de schors der jonge twijgen. En hoe aardig staan de knoppen gegroepeerd naar de top van de tak dicht op elkander, lager met grotere tussenruimten, schijnbaar ordeloos rondom de tak geplaatst.” Onze eigen eik-herinneringen maken het beeld compleet: het landschap en jaargetijde waar wij de eik van kennen, zoals eikenlanen op vakanties in Twente, de oude eik bij opa op het erf of het eikenkreupelhout in de duinen. Wat waren het voor bomen, welke indruk maakten ze? De eik als markante boom. Noem een Nederlandse boom en je roept: eik.
We starten nu het gesprek met vragen die ons huiswerk ons heeft opgeleverd. Al gauw begint het voorlezen van passages uit het boek, afgewisseld met nadenk-stiltes en het delen van een inzicht of vraag. Dat alles samen levert een rustige, intieme, geconcentreerde, positieve, ontvangende sfeer; de beste werkwijze voor verheldering en nieuw inzicht. We beschouwen de binnenruimte van de koeienschedel waarin de stofwisseling van de koe tot in de (hoorn)puntjes plaatsvindt en die van daaruit sterk wordt teruggestuwd naar de buikholte. Om het unieke van het verteringsproces bij het rund te beseffen ten opzichte van de, ook herkauwende, geweidragers, stellen we ons het hert voor, met de buiten-binnenruimte tussen de geweistangen. Bij dit dier werkt de stofwisselingsactiviteit explosief door in de gewei-groei, die jaarlijks opnieuw en ieder jaar nog weer sterker, plaatsvindt. De koe bewaart deze levenskracht voor haar mest.
Bij de domesticatie van onze (landbouw)huisdieren heeft een verjonging van hun schedelvorm plaatsgevonden ten opzichte van hun wilde soortgenoten. Deze verjonging is een Calcium-kwaliteit, die je bij de eik ook sterk terugvindt in de ruime aanwezigheid van calciumoxalaat, gevormd in het cambium en naar buiten afgezet in de schors en bast. In het eikenschorspreparaat komen vervolgens twee tegengestelde verwanten samen: Calcium in een jonge vorm (de schedel van een landbouwhuisdier) en in een oude vorm (het typische eik-kenmerk van het calciumoxalaat in de schors als de stoffelijke uitdrukking van het aards gemaakte bloeiproces). Bij het eikenschorspreparaat stop je eikenschors in de koeschedel die je in de winter toevertrouwt aan de aarde, wanneer die geestelijk is ontwaakt en op zichzelf is geconcentreerd ...
Inzicht oogsten
Rond kwart voor tien laten we de materie rusten. We sluiten af en ik merk dat ik de binnenruimte die we samen gecreëerd hebben nu in mijzelf ervaar en meeneem. De volgende dag merk ik: er is een nieuwe dimensie toegevoegd. De eik is nu toch weer nieuw voor me, en tegelijk meer vertrouwd. Maar het is zeker nog niet klaar. De bijdrage van het eikenschorspreparaat aan het landbouwbedrijf heeft nog meer geheimen. Ik vat nu wel dat de werking van Calcium, die door dit preparaat wordt ondersteund, onmisbaar is voor onze cultuurgewassen en voor een zich ontwikkelend landbouwbedrijf. Het geeft levendigheid, vorm-lenigheid, flexibiliteit en dus weerstandsvermogen. Allemaal eigenschappen die van onschatbare waarde zijn in de landbouw.
De Klett-leesgroep maakt voor mij onbekende terreinen langzaamaan begaanbaar en bekender. Iedere keer brengt het lezen nieuwe kennis en inzichten, vooral door de teksten te delen met anderen.
Winterconferentie ‘Landbouwkunst’
Zoals kunstenaars hun ideeën zichtbaar maken in een kunstwerk, zo komen de ideeën van boeren - landbouwkunstenaars - tot expressie in hun bedrijf. Over die Kunst van het landbouwen gaat de winterconferentie op 7 maart op Warmonderhof, georganiseerd door de Biodynamische Vereniging en de Landbouwsectie van de Antroposofische Vereniging. Het boek van Manfred Klett, Van agro-industrie naar landbouwkunst, vormt de inspiratiebron voor een conferentieprogramma, dat ook boeiend is voor mensen die het boek niet kennen.
Boer Tom Saat gaat dieper in op het bedrijfsorganisme en de bedrijfsindividualiteit, om daarmee de essentie van bemesting te kunnen begrijpen. Boer Ueli Hurter, hoofd van de internationale Landbouwsectie, vertelt over de essentie van preparaten. Werkgroepen bieden verdieping in landbouwkunst en sociale kunst en in het wezen van het dier, de plant, de bemesting en de preparaten. Meer info via bdvereniging.nl/ winterconferenties
Meer info over het Klett-lezen: Tineke van den Berg,
Vruchten van verandering

De wetenschap die het doel van de landbouwer bepaalt, moet een wetenschap zijn van datgene wat alsmaar ontstaat en vergaat. En zijn kunst bestaat er dan in om vanuit de ervaren wijsheid, de aangevoelde waarheid, door zijn ambachtelijk werk het web van verbanden te creëren waarin de cultuurgewassen, huisdieren en cultuurbodems zich in alle diversiteit overeenkomstig hun archetype kunnen ontplooien. De kunst van het ambacht staat in de landbouw in zeer hoge mate in dienst van de natuur. (...) Het gaat erom zonder mitsen en maren, met het vuur van de geest, een ideeënzwaard te smeden, daarmee de aarde om te graven en in geduld op de vruchten van de verandering te wachten die in mij en in de aarde aan het rijpen zijn. Een dergelijke arbeidsinstelling kun je alleen individueel door geestelijk-morele scholing eigen maken. Iedereen moet leren voorbeeld voor de ander te zijn. Als hiermee een begin wordt gemaakt, wordt de basis gelegd voor een vruchtbare samenwerking, sociale kunst en ware gemeenschapsvorming.
Manfred Klett, Van agro-industrie naar landbouwkunst, pag. 399.
Dit artikel verscheen in Motief 299 van februari 2026
