default-header Vrije Hogeschool voor geesteswetenschap in 2025 - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland

Vrije Hogeschool voor geesteswetenschap in 2025

06 maart, 2026

Hogeschool

In het werkjaar 1989/1990 werd door het bestuur van de Antroposofische Vereniging in Nederland de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap ingericht (verder te noemen: Hoge­school). Het is een verwarrende naam, omdat binnen het antro­posofisch areaal ook het instituut Vrije Hogeschool bestaat, met een uitvoerig cursusprogramma in Zeist. Bovendien heeft de Hogeschool van de vereniging niet dezelfde inhoud en status als andere hogescholen in Nederland. Wat is de relatie van onze Ho­geschool tot de vereniging? En welke activiteiten horen daarbij?

De Hogeschool in Nederland spiegelt zich aan de vorm die inter­nationaal bestaat als de Freie Hochschule für Geisteswissenschaft die in Dornach aan het Goetheanum zetelt. Ingezet door Rudolf Steiner tijdens de kerstconferentie van 1923, wordt de Hogeschool gezien als de kern van de Antroposofische Vereniging. Je kunt lid worden van de Antroposofische Vereniging in Nederland en dan kun je lid worden van deze Hogeschool. In Nederland is ruim 50% van de leden ook lid van de Hogeschool. Voor beide ontvang je een lidmaatschapskaart, een roze, respectievelijk een blauwe.

Drie werkrichtingen
Ate Koopmans – destijds voorzitter van de vereniging – benoem­de voor de Hogeschool drie aspecten:

  • Het gebied van de verbinding met de geest, waarin tegelijk methodisch, meditatief en onderzoekend gewerkt wordt. Hier heeft het werken met de Esoterische Cyclus een plaats.
  • Het verzorgen van het sociale netwerk; mensen verenigen rond onderzoek.
  • Bijdragen aan de cultuur en de vak-ontwikkeling. Via leden en hun concrete werk aansluiten bij maatschappelijke vragen.

Esoterische Cyclus is de naam die we in Nederland gebruiken voor wat ook klassenuren genoemd wordt: een esoterische leergang met drie klassen, waarvan voor Steiners overlijden alleen een deel van de eerste klas gerealiseerd is. Dat deel herbergt negen­tien meditatieve lessen. Op vijfentwintig plaatsen in Nederland worden die lessen voltrokken door lectoren van de Hogeschool. Zij werken als onderdeel van de Hogeschool samen in de Lec­torenkring. Voor deelname aan deze Esoterische Cyclus is het lidmaatschap van de Hogeschool een vereiste; elk lid van de ver­eniging kan dit lidmaatschap aanvragen. Overigens bestaat dit werk in Nederland al veel langer dan 35 jaar.

Het verzorgen van het sociale netwerk en het bijdragen aan de cultuur en de vak-ontwikkeling liggen op het terrein van de vak­secties van de Hogeschool. In Nederland zijn er daarvan elf. Ze bestrijken een divers palet aan werkgebieden: van wiskunde tot landbouw en van beeldende kunst tot sociale kunst. Een opsom­ming daarvan en een werkbeschrijving per sectie vind je op de website van de vereniging. Deze secties bestaan ook in de Freie Hochschule in Dornach. In Nederland staan we in nauw con­tact met hen, al hebben de secties zich hier ook altijd autonoom gevoeld; dat heeft een historische component. Onlangs bezocht Ueli Hurter uit Dornach ons land. Hij zei, dat juist deze internati­onale samenwerking en samenhang kracht en kwaliteit kunnen geven. In het Hogeschooloverleg – het overleg van de coördina­toren van de secties – bespreken we hoe we deze samenwerking kunnen versterken.

Binnen en Buiten
Mensen die zich betrokken voelen bij een vaksectie werken eraan mee om inzichten uit de antroposofie voor het vakgebied verder te ontwikkelen. Daarbij staan ze op de schouders van vak­broeders van de afgelopen eeuw, maken gebruik van de inzich­ten die Rudolf
Steiner voor het vak aangereikt heeft en relateren zich aan de ontwikkelingen in de huidige maatschappij. Dit werk wordt vaak met een chic woord geesteswetenschappelijke stu­die en onderzoek genoemd. Het is moeilijk te karakteriseren wat daarmee bedoeld wordt. Veelal wordt een fenomenologische methode ingezet en speelt een meditatieve houding een rol. De onderzoeker is niet louter een objectief instrument, maar speelt ook persoonlijk een rol in het onderzoek.

Naar buiten toe legt de sectie contacten met het werkveld. In het voorbeeld van de pedagogische sectie zijn dat de (pedago­gisch) medewerkers aan vrijescholen in alle geledingen en in principe ook het hele overige onderwijsveld in Nederland. De pedagogische sectie onderhoudt ook contact met partnerinsti­tuties als de schoolbegeleidingsdienst, de lerarenopleiding, het Lectoraat aan Hogeschool Leiden, de Vereniging van vrijescho­len, de kinderopvang (van zuigeling tot en met puberteit) en de opleiding daarvoor, etc. Met die contacten worden de vruchten van het onderzoek en de studie gedeeld, er wordt gevraagd naar waaraan de pedagogisch medewerkers behoefte hebben en er wordt gekeken waar mogelijk de sectie een ondersteunende bijdrage kan leveren. Ook onderhoudt de sectie, zoals gezegd, contacten met de internationale pedagogische sectie.

Uit bovenstaand voorbeeld mag blijken dat de sectie het stre­ven heeft met heel veel mensen in contact te zijn; in Nederland tellen we ruim 4.000 pedagogisch medewerkers aan vrijescho­len en instituten. Die zijn bij lange na niet allemaal lid van de Antroposofische Vereniging, laat staan lid van haar Hogeschool. Het is voor deze naar buiten toe gerichte activiteiten geen ver­eiste lid te zijn.

Niet alle secties zijn hetzelfde georganiseerd. Wel hebben ze alle een kerngroep of sectieraad (variërend van 4 tot 12 personen) die regelmatig bijeenkomt. In alle secties wordt gestudeerd en allen organiseren bijeenkomsten voor mensen uit het vakge­bied. Iedere sectie heeft een eigen inhoud en werkstijl. In vrijwel alle secties is er een cross-over met de Esoterische Cyclus: ook de inhoud daarvan vindt zijn weg in de sectie. Bovendien werken de sectiecoördinatoren met de lectoren van de Esoterische Cyclus een keer per jaar samen.

Veranderingen
Na ruim honderd jaar bestaan van deze Hogeschool (en voor de secties in Nederland dus ruim 35 jaar) waait er een wind of change. Allen die er intensief aan werken – lectoren, coördinatoren, mede­werkers, betrokkenen – voelen aan dat we in onze tijd nieuwe vor­men, nieuwe taal, nieuwe wegen moeten vinden om de antroposo­fie blijvend en toenemend in de wereld werkzaam te laten zijn. De centrale gremia van de Hogeschool – de lectorenkring en het coör­dinatorenoverleg – zoeken met het bestuur naar die vernieuwing.

Bij de Esoterische Cyclus is de inhoud zo krachtig en zelfstandig dat daaraan niet getornd wordt. Hooguit wordt de vertaling van het origineel naar moderne maatstaven aangepast. Wel zoeken we naar nieuwe werkvormen waarin de inhoud van de cyclus optimaal tot zijn recht kan komen.

Op het gebied van de vaksecties bestaat grote alertheid voor mensen die dingen anders doen, mensen die iets initiëren wat duidt op deze ‘wind van verandering’. Ook mensen of gebeur­tenissen die zich in de niet-antroposofische cultuur aandienen, vallen binnen die blikrichting. De wens en bereidheid om zich daarmee te verbinden en samen te werken is groot. Het MENS! Festival van vorig jaar, met ruim 7000 bezoekers is daarvan een voorbeeld. Denk ook aan vrijescholen die zich ontwikkelen bin­nen niet-vrijeschoolorganisaties, of een ondernemerskoepel zoals Sleipnir waar gewerkt wordt met nieuw ondernemerschap. Er zijn meer voorbeelden te vinden

Zelfreflectie
Met een kritisch-vragende houding mogen we naar onszelf kij­ken. Doen we er als sectie toe voor ons werkgebied? Kunnen we bijdragen aan de moderne cultuur vanuit de geestesweten­schap? Hoe delen we onze bevindingen? Waar is interesse voor ons onderzoek? Spreken we de juiste taal of blijven we in de oude patronen spreken en handelen? Zijn we bereid op te geven om nieuw te creëren? En zelfs: zijn dit wel de juiste vragen? Wel­ke nieuwe vragende houding is er mogelijk?

Voeding, onderwijs, sociale vormen van samenleven, medische zorg, visie op de cultuur: duizenden en duizenden mensen genie­ten dagelijks van de vruchten van de antroposofie, daarover is geen twijfel. De bijdrage van de Hogeschool is daarin groot. Maar de wind of change fluistert nu toch weer: “En nu dan, … NU? Is antroposofie voldoende een cultuurfactor van betekenis geworden, zoals Rudolf Steiner wilde en zich voorstelde? Ben ik een speler van betekenis? Vorm ik een bijdrage aan de samenle­ving die ertoe doet? Loop ik in de voorhoede van omvorming in bewustzijn aangaande omgang met de natuur, het sociale leven en zo meer?” En in eerlijkheid moet dan geantwoord worden: “Nee, we zijn nog lang niet dáár, waarover we in onze ambities dromen.”

In zekere zin kun je zeggen: gelukkig eigenlijk niet. Want dat houdt het streven en verlangen wakker, de wens in beweging te zijn en te blijven, na 100 jaar te verjongen, de bronnen opnieuw te beschouwen en waar nodig en waar mogelijk te verversen. Dat is het streven dat merkbaar is in de Hogeschool in Nederland, en ook internationaal. Het vinden van wegen, kansen, aansluiting, samenwerking, verdieping, taal: het is wat onze Hogeschool de komende decennia bezighoudt.

Tekst: Rik ten Cate
Beeld: Goetheanum - Xue Li

Dit artikel verscheen in Motief 300 van 6 maart 2026

Bekijk ook

Lievegoed_-_bijgesneden Vrije Hogeschool voor geesteswetenschap in 2025 - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Lievegoed zal veerkracht moeten tonen
220px-Ita_Wegman_1899 Vrije Hogeschool voor geesteswetenschap in 2025 - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Rehabilitatie van Elisabeth Vreede en Ita Wegman
Goetheanum Vrije Hogeschool voor geesteswetenschap in 2025 - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland
Vereniging: bevragen en bewegen?