default-header Motief van Harmen Meesterberends - AViN - Antroposofische Vereniging in Nederland

Motief van Harmen Meesterberends

Verzorgend bijdragen aan geestelijke entiteiten

“Ik ben blij met de reuring en onvoorspelbaarheid van jonge mensen,” zegt Harmen Meesterberends (42) over zijn werk als docent Nederlands aan het Groningse Parcivalcollege. Behalve aan pubers, geeft hij ook les aan nieuwe leerkrachten en aan ou­ders en opvoeders bij het Atelier voor Opvoedkunst in Assen. Ook is hij lid van de kerngroep van de Pedagogische sectie en schrijft hij artikelen voor verschillende (antroposofische) me­dia. Een terugkerende wisselwerking tussen taal, verhalen, an­troposofie en kennis overdragen.

Tekst: Cisly Burcksen
Beeld: Stella Meesterberends-Bakker

Oorspronkelijk wilde hij piano studeren aan het conservatorium. Toen dat niet haalbaar bleek, koos Harmen een studie Neder­lands omdat hij ook veel van lezen hield. “Dat ging vrij impulsief. Als ik leerlingen bij hun studiekeuze begeleid, is mijn eigen ver­haal vaak een frisse tegenhanger,” vertelt hij. Na zijn studie ging hij lesgeven op de school waar hij zelf ooit als leerling rondliep.

Hij houdt van verhalen en studeerde af in historische letterkun­de. Als vlijtige student wilde hij zijn kennis graag met anderen delen, maar wel met mensen die echt wilden weten wat hij te vertellen had. Niet direct met middelbare scholieren voor wie zijn vak verplicht is. “Toen hoorde ik dat Neerlandici vaak in het bedrijfsleven terechtkomen. Dat was voor mij een schrikbeeld, om manager of iets dergelijks te worden. Daarom ben ik de educatieve master gaan doen. Op mijn vijfentwintigste was ik daarmee klaar en werd ik vader. Alles kwam bij elkaar en toen ik eenmaal begon als leerkracht dacht ik: dit is precies wat ik moet doen. Toch heb ik lang daartegen aangehikt.”

Goed lopend verhaal
Harmen leest niet alleen graag, maar schrijft zelf ook, bijvoor­beeld voor Vrije Opvoedkunst en Seizoener. Meestal over paral­lellen die hij ziet tussen (jeugd)literatuur en het antroposofisch gedachtegoed. “Dat ontstond bij het lesgeven aan het Atelier voor Opvoedkunst. Ik had Kafka gelezen en dacht ineens: Hee, dit lijkt op de geboorte van het astraallichaam. Inmiddels heb ik een blik ontwikkeld voor dat soort literaire voorbeelden die iets kunnen verduidelijken van de antroposofische menskunde. Als dat mensbeeld klopt, zou je het ook op niet-antroposofische plekken moeten tegenkomen.”

Om van zo’n inzicht een goed lopend artikel te maken, gaat hij uit van zijn ouders als lezer­spubliek: “Mijn moeder kent de antroposofische termen, maar mijn vader niet. Als hij het ook snapt, is het een goed artikel. Ik schuw het jargon niet volledig en wil het niet te eenvoudig maken. Ook niet te zweverig, maar met een licht academische inslag. Een artikel schrijven is altijd veel werk, want ik moet er veel nieuwe dingen voor uitzoeken. Bij het lesgeven is het juist de kunst zo min mogelijk voor te bereiden. Ik vertrouw erop dat ik in het moment dingen aan elkaar kan knopen. Dan zie ik soms dingen die ik in de voorbereiding niet zag. Als je je verhaal te veel dichttimmert, is daarvoor geen ruimte meer.”

Docentschap als priesterdienst
In de bus onderweg naar school leest hij veel werken van Steiner. “Moeilijke teksten, maar bij alles wat ik lees denk ik: hoe zou het anders moeten zijn? Wat ik heb gelezen over de ontwikke­ling van de mens kon ik toetsen aan mijn eigen kinderen, mijn leerlingen en mezelf. Van de geestelijke wereld heb ik niet een concreet beeld, maar als Steiners uitspraken over de menskunde waar zijn, dan denk ik dat het ook klopt wat hij daarover zegt.” De antroposofie is dan ook bepalend in Harmens visie op zijn docentschap: “De mens is een spiritueel wezen, daarvoor heb ik diepe eerbied.

Dat ik een verzorgende bijdrage mag leveren aan de ontwikkeling van geestelijke entiteiten, vind ik een enor­me verantwoordelijkheid en een groot voorrecht. Steiner zegt ergens dat het werken in de pedagogie een voortzetting is van het werk van de Goden; een soort priesterdienst. Dat is mooier dan het schoolvak Nederlands; dat is slechts mijn gereedschap daarbij.”

Dit artikel verscheen in Motief 300 van maart 2026

Bekijk ook het motief van

Motief van… Florian Bonte
Motief van… Jaap van Rijswijk
Motief van… Pauline ten Böhmer
Motief van… Felix de Bont
Motief van... Romy Rockx 
Motief van... Peter Evers
Motief van... Lot Bouwes
Motief van... Eveline Clignett
Motief van Susannah van Asch-Yasuda
Motief van Wouter Modderkolk
Motief van Theo Zimmermann
Motief van Antoon van Hooft
Motief van Gia van den Akker
Motief van Mariska Verhulst
Motief van Yoeri Boschma
Motief van Immanuel Baan
Motief van Myra Ida van der Veen
Motief van Eva van der Weij
Motief van Jurian Manche
Motief van Chiara Tinselboer
Motief van Miranda Teeuwen
Motief van Jos van der Marel
Motief van Marthy Hecker
Motief van Maaike Honig
Motief van Anna van der Want
Motief van Jorrit van Eeten
Motief van Laura Vink
Motief van Jara van Rooij
Motief van Arne Verbrugh en Joris Zee
Motief van Quirine van Trigt
Motief van Bram van den Esker
Motief van Merel Bolding
Motief van Walter van Groningen
Motief van Charlotte van Duijvenboden
Motief van Afke Hennus
Motief van Martin van der Meulen
Motief van Stefan Breuer
Motief van Ruth Keller
Motief van Maaike van Koert
Motief van Anjay Bansraj
Motief van Petra Rutgers
Motief van Louise Houweling
Motief van Hanne Ludwig-van Tricht
Motief van Jelle van der Schuit
Motief van Ezrah Bakker
Motief van Kapinga Mwamba
Motief van Petra Essink
Motief van Harmen Meesterberends